Übersicht
Niederländisch nach Schwedisch:   mehr Daten
  1. je:
  2. tot zich nemen:
  3. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für je (Niederländisch) ins Schwedisch

je:

je Adjektiv

  1. je (jou)
    dig
  2. je (jouw)
    ditt; din

je

  1. je (jij)

Übersetzung Matrix für je:

PronounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
- jij; jou; jouw
OtherVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
dig U; ge; gij
din je; jij Uw; Uwe; uw
du je; jij
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
dig je; jou
din je; jouw
ditt je; jouw uw

Synonyms for "je":


Verwandte Definitionen für "je":

  1. wederkerend voornaamwoord, tweede persoon1
    • je vergist je, Arie1
  2. de andere persoon, tweede persoon enkelvoud, subject1
    • je moet oppassen, Anton1
  3. tweede persoon enkelvoud, object1
    • heeft Iris je gezien?1
  4. bezittelijk: hij is van die andere persoon1
    • mag Hans je schaatsen lenen?1

Wiktionary Übersetzungen für je:


Cross Translation:
FromToVia
je en; man one — indefinite personal pronoun
je din thy — possessive determiner
je er you — object pronoun: the group being addressed
je dig you — object pronoun: the person being addressed
je du you — subject pronoun: the person being addressed
je man; en you — one
je din your — belonging to you (singular; one owner)

tot zich nemen:

tot zich nemen Verb (neem mij tot zich, neemt je tot zich, neemt zich tot zich, zich, je, zich tot zich genomen)

  1. tot zich nemen (verorberen; consumeren; vreten; )
    förbruka; konsumera
    • förbruka Verb (förbrukar, förbrukade, förbrukat)
    • konsumera Verb (konsumerar, konsumerade, konsumerat)
  2. tot zich nemen (nuttigen; eten; consumeren; )
    få något att äta

Konjugationen für tot zich nemen:

o.t.t.
  1. neem mij tot zich
  2. neemt je tot zich
  3. neemt zich tot zich
  4. nemen ons tot zich
  5. nemen ons tot zich
  6. nemen ons tot zich
o.v.t.
  1. me
  2. je
  3. zich
  4. ons
  5. je
  6. zich
v.t.t.
  1. ben mij tot zich genomen
  2. bent je tot zich genomen
  3. is zich tot zich genomen
  4. zijn ons tot zich genomen
  5. zijn je tot zich genomen
  6. zijn zich tot zich genomen
v.v.t.
  1. was mij tot zich genomen
  2. was je tot zich genomen
  3. was zich tot zich genomen
  4. waren ons tot zich genomen
  5. waren je tot zich genomen
  6. waren zich tot zich genomen
o.t.t.t.
  1. zal mij zich nemen
  2. zult je zich nemen
  3. zal zich zich nemen
  4. zullen ons zich nemen
  5. zullen je zich nemen
  6. zullen zich zich nemen
o.v.t.t.
  1. zou mij zich nemen
  2. zou je zich nemen
  3. zou zich zich nemen
  4. zouden ons zich nemen
  5. zouden je zich nemen
  6. zouden zich zich nemen
diversen
  1. neem je tot zich!
  2. neemt u tot zich!
  3. tot zich genomen
  4. tot zich nemend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für tot zich nemen:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
få något att äta consumeren; eten; gebruiken; nuttigen; opeten; oppeuzelen; tot zich nemen; verorberen
förbruka bikken; bunkeren; consumeren; eten; naar binnen werken; nuttigen; opeten; schransen; schrokken; tegoed doen; tot zich nemen; verorberen; vreten; zitten proppen doorjagen; opmaken; verbruiken; verdoen; verspillen; wegslijten
konsumera bikken; bunkeren; consumeren; eten; naar binnen werken; nuttigen; opeten; schransen; schrokken; tegoed doen; tot zich nemen; verorberen; vreten; zitten proppen consumeren; gebruiken; opeten; opvreten; uitgeven voor een maaltijd; verbruiken; verteren; vreten

Verwandte Übersetzungen für je