Übersicht
Niederländisch nach Deutsch:   mehr Daten
  1. uitwuiven:


Niederländisch

Detailübersetzungen für uitwuiven (Niederländisch) ins Deutsch

uitwuiven:

uitwuiven Verb (wuif uit, wuift uit, wuifde uit, wuifden uit, uitgewuifd)

  1. uitwuiven
    winken
    • winken Verb (winke, winkst, winkt, winkte, winktet, gewinkt)

Konjugationen für uitwuiven:

o.t.t.
  1. wuif uit
  2. wuift uit
  3. wuift uit
  4. wuifen uit
  5. wuifen uit
  6. wuifen uit
o.v.t.
  1. wuifde uit
  2. wuifde uit
  3. wuifde uit
  4. wuifden uit
  5. wuifden uit
  6. wuifden uit
v.t.t.
  1. heb uitgewuifd
  2. hebt uitgewuifd
  3. heeft uitgewuifd
  4. hebben uitgewuifd
  5. hebben uitgewuifd
  6. hebben uitgewuifd
v.v.t.
  1. had uitgewuifd
  2. had uitgewuifd
  3. had uitgewuifd
  4. hadden uitgewuifd
  5. hadden uitgewuifd
  6. hadden uitgewuifd
o.t.t.t.
  1. zal uitwuiven
  2. zult uitwuiven
  3. zal uitwuiven
  4. zullen uitwuiven
  5. zullen uitwuiven
  6. zullen uitwuiven
o.v.t.t.
  1. zou uitwuiven
  2. zou uitwuiven
  3. zou uitwuiven
  4. zouden uitwuiven
  5. zouden uitwuiven
  6. zouden uitwuiven
en verder
  1. ben uitgewuifd
  2. bent uitgewuifd
  3. is uitgewuifd
  4. zijn uitgewuifd
  5. zijn uitgewuifd
  6. zijn uitgewuifd
diversen
  1. wuif uit!
  2. wuift uit!
  3. uitgewuifd
  4. uitwuivend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für uitwuiven:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
winken uitwuiven deinen; golven; met de hand groeten; wenken; wuiven; zwaaien