Übersicht
Niederländisch nach Französisch:   mehr Daten
  1. bekennen:
  2. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für bekennen (Niederländisch) ins Französisch

bekennen:

bekennen Verb (beken, bekent, bekende, bekenden, bekend)

  1. bekennen
    avouer; confesser; admettre
    • avouer Verb (avoue, avoues, avouons, avouez, )
    • confesser Verb (confesse, confesses, confessons, confessez, )
    • admettre Verb (admets, admet, admettons, admettez, )

Konjugationen für bekennen:

o.t.t.
  1. beken
  2. bekent
  3. bekent
  4. bekennen
  5. bekennen
  6. bekennen
o.v.t.
  1. bekende
  2. bekende
  3. bekende
  4. bekenden
  5. bekenden
  6. bekenden
v.t.t.
  1. heb bekend
  2. hebt bekend
  3. heeft bekend
  4. hebben bekend
  5. hebben bekend
  6. hebben bekend
v.v.t.
  1. had bekend
  2. had bekend
  3. had bekend
  4. hadden bekend
  5. hadden bekend
  6. hadden bekend
o.t.t.t.
  1. zal bekennen
  2. zult bekennen
  3. zal bekennen
  4. zullen bekennen
  5. zullen bekennen
  6. zullen bekennen
o.v.t.t.
  1. zou bekennen
  2. zou bekennen
  3. zou bekennen
  4. zouden bekennen
  5. zouden bekennen
  6. zouden bekennen
diversen
  1. beken!
  2. bekent!
  3. bekend
  4. bekennend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

bekennen [znw.] Nomen

  1. bekennen (confessie)
    la croyance; la foi; la conviction religieuse

Übersetzung Matrix für bekennen:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
conviction religieuse bekennen; confessie confessie; geloof; geloofsovertuiging; gezindheid; gezindte; godsdienst; religie
croyance bekennen; confessie confessie; geloof; geloofsovertuiging; gezindheid; gezindte; overtuigdheid; overtuiging
foi bekennen; confessie confessie; geloof; geloofsovertuiging; gelovigheid; gezindheid; gezindte; godsdienst; godsvrucht; godvrezendheid; godvruchtigheid; religie; vroomheid
VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
admettre bekennen aannemen; aantrekken; aanvaarden; accepteren; afgeven; als waar erkennen; autoriseren; binnen laten; dulden; duren; erkennen; erop achteruitgaan; gedogen; geld inleveren; goedkeuren; goedvinden; gunnen; iemand toelaten; inlaten; inleveren; inwilligen; laten; overhandigen; permitteren; rekruteren; ronselen; toegang verschaffen; toegeven; toelaten; toestaan; toestemmen; tolereren; vergunnen
avouer bekennen als waar erkennen; biechten; erkennen; opbiechten; toegeven
confesser bekennen belijden; biechten; geloof aanhangen; opbiechten

Verwandte Definitionen für "bekennen":

  1. zeggen dat je iets slechts gedaan hebt1
    • hij bekende de inbraak bij de politie1

Wiktionary Übersetzungen für bekennen:

bekennen
verb
  1. toegeven
bekennen
Cross Translation:
FromToVia
bekennen reconnaître acknowledge — to admit the knowledge of
bekennen admettre; avouer admit — to concede as true
bekennen avouer; confesser confess — to admit to the truth

Computerübersetzung von Drittern: