Übersicht
Niederländisch nach Französisch:   mehr Daten
  1. overhaast:
  2. overhaasten:
  3. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für overhaast (Niederländisch) ins Französisch

overhaast:


Übersetzung Matrix für overhaast:

ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
inconsidéré overhaast; overijld; voorbarig lichtzinnig; onbedachtzaam; onberaden; onbesuisd; onbezonnen; ondoordacht; onnadenkend; onoverdacht; onvoorzichtig; roekeloos; voorbarig
irréfléchi overhaast; overijld; voorbarig gedachteloos; irrationeel; lichtzinnig; niet rationeel; onbedacht; onbedachtzaam; onberaden; onberedeneerd; onbesuisd; onbezonnen; ondoordacht; onnadenkend; onoverdacht; onvoorzichtig; redeloos; roekeloos; voorbarig
précipitamment overhaast; overijld; voorbarig abrupt; eensklaps; gauw; gehaast; gejaagd; gestressed; haastig; halsoverkop; ijlings; inderhaast; ineens; jachtig; onberaden; onbesuisd; ondoordacht; onnadenkend; onverhoeds; onverwacht; onverwachts; onvoorzien; opeens; plots; plotseling; plotsklaps; rap; snel; vlot; vlug
précipité overhaast; overijld; voorbarig bespoedigd; gehaast; gejaagd; gestressed; haastig; inderhaast; jachtig; onberaden; onbesuisd; onbezonnen; ondoordacht; onnadenkend; versneld; voorbarig
prématuré overhaast; overijld; voorbarig onberaden; onbesuisd; onbezonnen; ondoordacht; onnadenkend; ontijdig; prematuur; te vroeg; voorbarig; voorlijk; voortijdig; vroeg; vroegontwikkeld; vroegrijp; vroegtijdig; vroegwijs
prématurément overhaast; overijld; voorbarig onberaden; onbesuisd; onbezonnen; ondoordacht; onnadenkend; voorbarig

Verwandte Wörter für "overhaast":

  • overhaaste

Wiktionary Übersetzungen für overhaast:


Cross Translation:
FromToVia
overhaast abruptement precipitously — abruptly

overhaast form of overhaasten:

overhaasten Verb (overhaast, overhaastte, overhaastten, overhaast)

  1. overhaasten (zich spoeden; haasten; jagen; )
    se dépêcher; presser; se presser; se précipiter; traquer; hâter; se hâter
    • presser Verb (presse, presses, pressons, pressez, )
    • se presser Verb
    • traquer Verb (traque, traques, traquons, traquez, )
    • hâter Verb (hâte, hâtes, hâtons, hâtez, )
    • se hâter Verb

Konjugationen für overhaasten:

o.t.t.
  1. overhaast
  2. overhaast
  3. overhaast
  4. overhaasten
  5. overhaasten
  6. overhaasten
o.v.t.
  1. overhaastte
  2. overhaastte
  3. overhaastte
  4. overhaastten
  5. overhaastten
  6. overhaastten
v.t.t.
  1. ben overhaast
  2. bent overhaast
  3. is overhaast
  4. zijn overhaast
  5. zijn overhaast
  6. zijn overhaast
v.v.t.
  1. was overhaast
  2. was overhaast
  3. was overhaast
  4. waren overhaast
  5. waren overhaast
  6. waren overhaast
o.t.t.t.
  1. zal overhaasten
  2. zult overhaasten
  3. zal overhaasten
  4. zullen overhaasten
  5. zullen overhaasten
  6. zullen overhaasten
o.v.t.t.
  1. zou overhaasten
  2. zou overhaasten
  3. zou overhaasten
  4. zouden overhaasten
  5. zouden overhaasten
  6. zouden overhaasten
diversen
  1. overhaast!
  2. overhaast!
  3. overhaast
  4. overhaastend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für overhaasten:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
hâter aanpoten; haast maken; haasten; ijlen; jagen; overhaasten; spoeden; voortmaken; zich spoeden accelereren; bespoedigen; haasten; jachten; jakkeren; reppen; spoeden; stressen; tot spoed aanzetten; verhaasten; versnellen
presser aanpoten; haast maken; haasten; ijlen; jagen; overhaasten; spoeden; voortmaken; zich spoeden aandringen; aandrukken; aanhouden; aanjagen; aansporen; aanzetten; accelereren; bespoedigen; comprimeren; dichtknijpen; drukken; haasten; inpersen; jachten; jakkeren; klemmen; knellen; leegknijpen; omklemmen; omwoelen; op iets aandringen; opdrijven; ophitsen; opjagen; opjutten; oppersen; persen; porren; reppen; samendrukken; samenpersen; spoeden; strak zitten; tot spoed aanzetten; uitdrukken; uitknijpen; uitpersen; vastdrukken; vastknijpen; verhaasten; versnellen; voortjagen
se dépêcher aanpoten; haast maken; haasten; ijlen; jagen; overhaasten; spoeden; voortmaken; zich spoeden aantreden; ijlen; jachten; jagen; jakkeren; opschieten; reppen; snellen; spoeden; stressen; tempo maken; toetreden; vliegen; zich haasten; zich spoeden
se hâter aanpoten; haast maken; haasten; ijlen; jagen; overhaasten; spoeden; voortmaken; zich spoeden ijlen; jachten; jagen; jakkeren; opschieten; reppen; snellen; spoeden; stressen; vliegen; zich haasten; zich spoeden
se presser aanpoten; haast maken; haasten; ijlen; jagen; overhaasten; spoeden; voortmaken; zich spoeden ijlen; jachten; jagen; jakkeren; opschieten; reppen; snellen; spoeden; stressen; tempo maken; vliegen; zich haasten; zich spoeden; zich verdringen
se précipiter aanpoten; haast maken; haasten; ijlen; jagen; overhaasten; spoeden; voortmaken; zich spoeden aanvallen; attaqueren; belegeren; bestormen; binnenstormen; binnenvliegen; hardlopen; ijlen; jachten; jagen; jakkeren; opjagen; opschieten; overvallen; rennen; reppen; snellen; spoeden; stressen; tempo maken; vliegen; zich haasten; zich spoeden; zich storten
traquer aanpoten; haast maken; haasten; ijlen; jagen; overhaasten; spoeden; voortmaken; zich spoeden achternagaan; achternalopen; nalopen; volgen