Niederländisch

Detailübersetzungen für verhit (Niederländisch) ins Französisch

verhit:

verhit Adjektiv

  1. verhit (geagiteerd; levendig)
    excité; agité; échauffé; vif; énergiquement; vexé; éveillé; alerte; chauffé; dégourdi; hardiment; irrité; d'une manière agitée
  2. verhit (koorts hebbend; koortsig; koortsachtig)
  3. verhit (koortsig)
  4. verhit (vurig)
  5. verhit (vurig)
    enthousiaste; excité; enflammé; exalté

Übersetzung Matrix für verhit:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
alerte alarm; alert; hulpgeroep; hulpkreet; melding; noodkreet; noodsignaal; waarschuwing
dégourdi doortraptheid; gewiekstheid; gladheid; listigheid; sluwheid; snoodheid
exalté fanaat; fanaticus; ijveraar; zeloot
fervent dweper; fanaat; ijveraar; maniak; scherpslijper; zeloot
vexé beledigde
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
agité geagiteerd; levendig; verhit bewogen; gehaast; gejaagd; gestressed; haastig; hard; hardop; hectisch; jachtig; luid; luidkeels; ongedurig; onrustig; roerig; turbulent; uit volle borst; veelbewogen; woelig
alerte geagiteerd; levendig; verhit ad rem; adrem; alert; bezet; bijdehand; blij; blijmoedig; dartel; druk; drukbezet; energiek; flitsend; geanimeerd; gevat; hip; levendig; levenslustig; modieus; monter; opgetogen; opgewekt; oplettend; raak; slagvaardig; snedig; snel; tierig; trendy; uitgeslapen; vief; vlot; vol fut; vrolijk; wakker
ardemment verhit; vurig brandend; fel; fervent; fonkelend; gepassioneerd; gloeiend; hartstochtelijk; heetbloedig; hevig; stormachtig; temperamentvol; vurig; warm; warmbloedig
ardent verhit; vurig brandend; fel; fervent; fonkelend; geil; gepassioneerd; gloeiend; hartstochtelijk; heet; heetbloedig; hevig; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden; stormachtig; temperamentvol; vlammend; vurig; warm; warmbloedig
avec ferveur verhit; vurig brandend; fel; fervent; fonkelend; gepassioneerd; gloeiend; hartstochtelijk; heetbloedig; hevig; stormachtig; temperamentvol; vurig; warm; warmbloedig
chauffé geagiteerd; koorts hebbend; koortsachtig; koortsig; levendig; verhit nerveus; onrustig; opgewarmd
d'une manière agitée geagiteerd; levendig; verhit bewogen; geprikkeld; geërgerd; geïrriteerd; onrustig; roerig; turbulent; veelbewogen; woelig
dégourdi geagiteerd; levendig; verhit adrem; berekenend; bij de pinken; bijdehand; clever; gehaaid; gevat; gewiekst; goochem; kien; raak; schrander; slim; snedig; uitgeslapen
enflammé verhit; vurig bevlogen; bezield; brandend; enthousiast; fel; fonkelend; geestdriftig; gepassioneerd; gloedvol; gloeiend; hartstochtelijk; heetbloedig; hevig; ontvlamd; stormachtig; temperamentvol; vurig; warm; warmbloedig
enthousiaste verhit; vurig bevlogen; bezield; brandend; enthousiast; fel; fonkelend; geestdriftig; gloedvol; gloeiend; hevig; hooggestemd; vurig; warm
exalté verhit; vurig dweepziek; dweperig; hooggestemd
excité geagiteerd; levendig; verhit; vurig geil; gepassioneerd; hartstochtelijk; heet; heftig; hitsig; met hevige passie; opgefokt; opgehitst; opgewonden; seksueel opgewonden; vurig
fervent verhit; vurig bezeten; bitter; bitter van smaak; brandend; dweepziek; dweperig; fanatiek; fel; fervent; fonkelend; gloeiend; hanig; heftig; hevig; onbeheerst; onstuimig; pinnig; scherp; snibbig; vinnig; vlijmend; vurig; warm
fiévreuse koorts hebbend; koortsachtig; koortsig; verhit
fiévreusement koorts hebbend; koortsachtig; koortsig; verhit
fiévreux koorts hebbend; koortsachtig; koortsig; verhit hectisch
hardiment geagiteerd; levendig; verhit brutaal; dapper; doldriest; heldhaftig; heroïsch; kloek; koen; kranig; lichtzinnig; manmoedig; moedig; niet beschroomd; onbeducht; onbeschroomd; onbevreesd; onverschrokken; onvervaard; overmoedig; roekeloos; stout; stoutmoedig; vermetel; vrijmoedig; vrijpostig; waaghalzig
irrité geagiteerd; levendig; verhit aangebrand; bitter teleurgesteld; boos; chagrijnig; furieus; gebelgd; gebeten; gemelijk; gepikeerd; geprikkeld; geërgerd; geïrriteerd; grimmig; humeurig; knorrig; kortaf; korzelig; kwaad; misnoegd; nijdig; nors; nurks; onderdrukt; ontevreden; ontstemd; opgekropt; pissig; prikkelbaar; razend; sikkeneurig; slecht gehumeurd; snauwend; spinnijdig; toornig; verbeten; verbitterd; vergramd; verkropt; vertoornd; woest; wrevelig; ziedend
passionné verhit; vurig bevlogen; bezetene; bezield; brandend; enthousiast; fanatieke; fel; fervent; fonkelend; geboeid; geestdriftig; gefascineerd; geil; gepassioneerd; geïntrigeerd; gloedvol; gloeiend; hanig; hartstochtelijk; heet; heetbloedig; heftig; hevig; hitsig; met hevige passie; onbeheerst; onstuimig; opgewonden; pinnig; scherp; seksueel opgewonden; snibbig; stormachtig; temperamentvol; vinnig; vlijmend; vurig; warm; warmbloedig
vexé geagiteerd; levendig; verhit aangebrand; beledigd; gebelgd; geirriteerd; geprikkeld; geërgerd; geïrriteerd; misnoegd; ontevreden; pissig; prikkelbaar; stuurs
vif geagiteerd; levendig; verhit actief; ad rem; adrem; alert; beweeglijk; bezet; bijdehand; bitter; bitter van smaak; blij; blijmoedig; dapper; dartel; druk; drukbezet; dynamisch; energiek; erg; fel; ferm; flink; flitsend; gevat; hanig; heftig; hel; hevig; hip; intens; intensief; kien; kittig; krachtig; levendig; levenskrachtig; levenslustig; modieus; moedig; monter; moreel sterk; onbeheerst; ongeblust; onstuimig; opgetogen; opgewekt; oplettend; pienter; pinnig; raak; rap; scherp; scherpzinnig; slagvaardig; slim; snedig; snel; snibbig; spits; spitsvondig; tierig; trendy; uitgekiend; uitgekookt; uitgeslapen; verwoed; vinnig; vitaal; vlijmend; vlot; vlug; vrolijk; wakker
échauffé geagiteerd; koorts hebbend; koortsachtig; koortsig; levendig; verhit; vurig geprikkeld; geërgerd; geïrriteerd; nerveus; onrustig
énergiquement geagiteerd; levendig; verhit actief; ad rem; beweeglijk; daadkrachtig; doortastend; drastisch; dynamisch; energiek; ferm; intens; intensief; krachtdadig; krachtig; levendig; slagvaardig; sterk; wakker
éveillé geagiteerd; levendig; verhit adrem; bij de pinken; bijdehand; clever; gevat; goochem; kien; pienter; raak; rap; scherpzinnig; schrander; slim; snedig; snel; snugger; spits; spitsvondig; uitgekiend; uitgekookt; uitgeslapen; vlot; vlug

Verwandte Wörter für "verhit":

  • verhitheid

verhitten:

verhitten Verb (verhit, verhitte, verhitten, verhit)

  1. verhitten (eten opwarmen; opwarmen; verwarmen; warm maken)
    chauffer; échauffer; réchauffer la nourriture
    • chauffer Verb (chauffe, chauffes, chauffons, chauffez, )
    • échauffer Verb (échauffe, échauffes, échauffons, échauffez, )

Konjugationen für verhitten:

o.t.t.
  1. verhit
  2. verhit
  3. verhit
  4. verhitten
  5. verhitten
  6. verhitten
o.v.t.
  1. verhitte
  2. verhitte
  3. verhitte
  4. verhitten
  5. verhitten
  6. verhitten
v.t.t.
  1. heb verhit
  2. hebt verhit
  3. heeft verhit
  4. hebben verhit
  5. hebben verhit
  6. hebben verhit
v.v.t.
  1. had verhit
  2. had verhit
  3. had verhit
  4. hadden verhit
  5. hadden verhit
  6. hadden verhit
o.t.t.t.
  1. zal verhitten
  2. zult verhitten
  3. zal verhitten
  4. zullen verhitten
  5. zullen verhitten
  6. zullen verhitten
o.v.t.t.
  1. zou verhitten
  2. zou verhitten
  3. zou verhitten
  4. zouden verhitten
  5. zouden verhitten
  6. zouden verhitten
en verder
  1. ben verhit
  2. bent verhit
  3. is verhit
  4. zijn verhit
  5. zijn verhit
  6. zijn verhit
diversen
  1. verhit!
  2. verhit!
  3. verhit
  4. verhittend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für verhitten:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
chauffer eten opwarmen; opwarmen; verhitten; verwarmen; warm maken heetlopen; warm worden; warmen
réchauffer la nourriture eten opwarmen; opwarmen; verhitten; verwarmen; warm maken
échauffer eten opwarmen; opwarmen; verhitten; verwarmen; warm maken

Wiktionary Übersetzungen für verhitten:

verhitten
Cross Translation:
FromToVia
verhitten échauffer; réchauffer; chauffer heat — to cause an increase in temperature of an object or space