Übersicht
Niederländisch nach Schwedisch:   mehr Daten
  1. tevoorschijntoveren:


Niederländisch

Detailübersetzungen für tevoorschijntoveren (Niederländisch) ins Schwedisch

tevoorschijntoveren:

tevoorschijntoveren Verb (tover tevoorschijn, tovert tevoorschijn, toverde tevoorschijn, toverden tevoorschijn, tevoorschijn getoverd)

  1. tevoorschijntoveren (tevoorschijnhalen; laten zien; voordedaghalen)
    visa; ta fram; producera; frambringa
    • visa Verb (visar, visade, visat)
    • ta fram Verb (tar fram, tog fram, tagit fram)
    • producera Verb (producerar, producerade, producerat)
    • frambringa Verb (frambringar, frambringade, frambringat)

Konjugationen für tevoorschijntoveren:

o.t.t.
  1. tover tevoorschijn
  2. tovert tevoorschijn
  3. tovert tevoorschijn
  4. toveren tevoorschijn
  5. toveren tevoorschijn
  6. toveren tevoorschijn
o.v.t.
  1. toverde tevoorschijn
  2. toverde tevoorschijn
  3. toverde tevoorschijn
  4. toverden tevoorschijn
  5. toverden tevoorschijn
  6. toverden tevoorschijn
v.t.t.
  1. heb tevoorschijn getoverd
  2. hebt tevoorschijn getoverd
  3. heeft tevoorschijn getoverd
  4. hebben tevoorschijn getoverd
  5. hebben tevoorschijn getoverd
  6. hebben tevoorschijn getoverd
v.v.t.
  1. had tevoorschijn getoverd
  2. had tevoorschijn getoverd
  3. had tevoorschijn getoverd
  4. hadden tevoorschijn getoverd
  5. hadden tevoorschijn getoverd
  6. hadden tevoorschijn getoverd
o.t.t.t.
  1. zal tevoorschijntoveren
  2. zult tevoorschijntoveren
  3. zal tevoorschijntoveren
  4. zullen tevoorschijntoveren
  5. zullen tevoorschijntoveren
  6. zullen tevoorschijntoveren
o.v.t.t.
  1. zou tevoorschijntoveren
  2. zou tevoorschijntoveren
  3. zou tevoorschijntoveren
  4. zouden tevoorschijntoveren
  5. zouden tevoorschijntoveren
  6. zouden tevoorschijntoveren
en verder
  1. ben tevoorschijn getoverd
  2. bent tevoorschijn getoverd
  3. is tevoorschijn getoverd
  4. zijn tevoorschijn getoverd
  5. zijn tevoorschijn getoverd
  6. zijn tevoorschijn getoverd
diversen
  1. tover tevoorschijn!
  2. tovert tevoorschijn!
  3. tevoorschijn getoverd
  4. tevoorschijntoverend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für tevoorschijntoveren:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
visa demonstratie; laten zien; melodie; wijs
VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
frambringa laten zien; tevoorschijnhalen; tevoorschijntoveren; voordedaghalen aandragen; aanvoeren; doen; fokken; handelen; kweken; naar voren brengen; opfokken; uitrichten; uitvoeren; verrichten
producera laten zien; tevoorschijnhalen; tevoorschijntoveren; voordedaghalen fabriceren; maken; produceren; vervaardigen; voortbrengen
ta fram laten zien; tevoorschijnhalen; tevoorschijntoveren; voordedaghalen naar voren brengen; te voorschijn halen; tevoorschijn halen; voor de dag halen
visa laten zien; tevoorschijnhalen; tevoorschijntoveren; voordedaghalen aanbieden; betogen; demonstreren; etaleren; exposeren; laten zien; offreren; presenteren; te voorschijn halen; tentoonstellen; tevoorschijn brengen; tevoorschijn halen; tonen; uitbreiden; uitstallen; vertonen; voor de dag halen; voorleggen; weergeven; wijzen naar